Biografie van Hüseyin Hilmi Işık
(rahmatoellaahi alayh)
Hüseyin Hilmi Efendi: islamitische geleerde, awliyaa (heilige) en wetenschapper van de laatste tijd. Zijn pseudoniem is "Sıddîk Gümüş”. Sommige van zijn werken heeft hij onder deze naam geschreven. Hij werd geboren op 8 maart 1911 (volgens de islamitische jaartelling, in het jaar 1329) te Eyyub Sultan, Istanbul. Zijn vader Said Efendi en zijn grootvader Ibrahim Pehlivan Efendi waren afkomstig uit het dorp Tepova, in de stad Lovec (Lofdja)-Pleven, in het huidige Bulgarije. Zijn moeder, Aişe hanım en diens vader, Hüseyin aga kwamen eveneens uit Lovec. Tijdens de Russisch-Ottomaanse oorlog (1877) die ook wel de "Drieënnegentigste Oorlog" wordt genoemd, migreerde zijn vader Said Efendi naar Istanbul waar hij zich vestigde in Eyyub Vezirtekke. Said Efendi overleed in 1929 en werd begraven op de begraafplaats van Eyup Sultan. Zijn moeder Aişe Hanım, overleed in 1954 te Ankara waar zij begraven werd op de begraafplaats van Baglum.
Zijn eerste schooljaren
Op vijfjarige leeftijd begon Hüseyin Hilmi Efendi aan de „Mihri Şah Sultan" school die gelegen was tussen de Eyyub Moskee en de haven van Bostan. Hier heeft hij de Qor'aan-i Kariem volledig gereciteerd. In 1924, studeerde hij af met de hoogste onderscheiding aan de „Reşadiye numune" school gelegen in dezelfde wijk. In dat jaar slaagde hij eveneens met onderscheiding voor het ingangsexamen van het militaire lyceum van Halıcıoğlu dat in datzelfde jaar, van Konya naar Istanbul werd verplaatst. Ook voor zijn overgang naar het tweede jaar kreeg hij de hoogste onderscheiding toegekend. Hüseyin Hilmi Efendi kreeg elk jaar onderscheidingen en vervolledigde zijn opleiding aan het militaire lyceum in 1929 als de beste student van de klas waarbij hij verkozen werd voor de faculteit van Militaire Medici.
Zijn intelligentie, zijn buitengewone talent en zijn prestaties tijdens de lessen trokken steeds de aandacht van zijn leerkrachten. Toen hij nog student was op het lyceum, vroeg zijn leraar van geometrie hem, om de les te herhalen na het lesuur. Zijn vrienden vertrouwden hem toe dat wanneer hij het uitlegde, ze het beter begrepen.
Toen hij op het lyceum zat en de vijandigheden tegenover zijn religieuze opvattingen gewaarwerd, werd hij diep teleurgesteld. Zijn vrienden met wie hij tot enkele jaren geleden samen vastte en het gebed verrichtte, geloofden de belasteringen van de vijanden van de islam waardoor ze de aanbiddingen gingen verwaarlozen. Enkel hij voerde het gebed en het vasten nog uit. Zijn eenzaamheid bezorgde hem veel verdriet. In het jaar 1929 zat hij in zijn laatste jaar op het lyceum en was hij 18 jaar. Op de nacht van Laylat-oel Qadr, toen iedereen al in slaap gevallen was, kon hij maar niet slapen. Hij kwam uit zijn bed. In zijn gedachten was hij alleen maar ook omwille van zijn geloof. Hij verveelde zich en voelde zich ongemakkelijk. Hij liep naar de tuin. De hemel zat vol sterren. Het was net alsof de belichte golven van Haliç (De Gouden Hoorn), tegenover Eyyub Sultan, m.a.w. de graftombe van Haalid bin Zayd, hem vertroostten: "Wees niet getreurd, jij hebt gelijk." Hij barstte in tranen uit en smeekte: "Yaa Rabbi (O Mijn Heer)! Ik geloof in U. Ik hou van U en Uw Profeten. Ik wil kennis over de islam opdoen. Behoed mij van het geloven in de vijanden van de islam!" Allahoe ta'alaa aanvaardde zijn onschuldige en oprechte doe'a (smeekbede). Abdoelhakiem Arwaasi "rahmatoellaahi 'alayh", de bezitter van immense kennis en karaamah (wonderen) en miraculeuze daden, verscheen eerst in zijn droom en nadien in de moskee. Vanaf dat moment zal Abdoelhakiem Efendi zijn aandacht trekken.
Zijn ontmoeting met hazrat Abdoelhakiem Arwaasie
Op een dag wanneer zijn lessen op school beëindigd waren, ging hij naar de Baayezied moskee om het middaggebed uit te voeren. Binnen in de moskee zag hij een oude man met een gezicht van noer (licht) zitten. Hij was een preek aan het geven en vertelde uit een boek dat voor hem lag. Met veel moeite ging Hilmi Efendi naar hem toe en zette zich achter hem neer. Hij begon te luisteren. Het onderwerp was: (Hoe moet men de graftombes van awliyaa (heiligen) bezoeken?) Dit waren zaken die Hilmi Efendi helemaal niet wist maar waarnaar hij erg benieuwd was. Ondertussen begon men in de moskee het namiddaggebed uit te voeren. De prediker deed zijn boek dicht, draaide zich om en gaf het boek aan Hilmi Efendi: "Dit boek is een geschenk van mij aan deze jongeman omwille van Allah," zei hij. Hierna stond hij op en begon met het gebed.
Deze prediker had hem niet gezien. Hoe wist hij dan dat "de jongeman" achter hem zat? Nadat Hilmi Efendi het boek had aangenomen, liep hij naar een lege plaats in de moskee om het gebed uit te voeren. De titel van het boek was "Raabita-i Shariefa", daaronder stond "Abdoelhakiem" geschreven. Hij vroeg aan de persoon naast hem wie hij was en kwam te weten dat het Abdoelhakiem Efendi was die hem het boek had geschonken en dat hij op vrijdagen preken gaf in de Ayyoeb moskee. Hilmi Efendi was in afwachting van de vrijdag. Eens die vrijdag gekomen was, zocht hij de prediker in de grote moskee. Hij zag hem niet en vroeg aan andere mensen waar hij was. Ze antwoordden: "Abdoelhakiem Efendi is imam in een andere moskee. Hij voert het gebed daar uit en komt daarna naar hier. Hij wacht dan buiten." Hilmi Efendi kon binnen niet blijven wachten en liep naar buiten. Daar zag hij de prediker Abdoelhakiem Efendi staan naast het kraampje van een boekenverkoper.
Toen het volk uit de moskee begon te komen, stond Abdoelhakiem Efendi op en ging hij binnen in de kleine kamer aan de zijkant van de moskee. Hij nam plaats op een hoge kussen op de vloer en begon te vertellen uit het boek dat voor hem op een rahla (lessenaar) lag. Huseyin Hilmi Efendi was helemaal vooraan voor hem gaan zitten. Hij was heel aandachtig aan het luisteren. Hij luisterde met veel plezier naar de religieuze en wereldse kennis die hij nog nooit eerder had gehoord en waarnaar hij zo benieuwd was. Hij voelde zich net als een arme persoon die een schat had ontdekt en net zoals een dorstig iemand die koud water had gevonden. Zijn ogen wendden geen enkel moment af van Sayyid Abdoelhakiem Efendi. Hij werd meegesleept door het bekijken van zijn lieflijke gezicht met noer en door het beluisteren van de waardevolle dingen die hij vertelde en die elk even kostbaar waren als een diamant. Zijn wereldse zaken, zijn school..alles was hij vergeten. Iets aangenaam en zoet bewoog zich in zijn hart. Het was net alsof zijn hart werd gereinigd. Al vanaf de eerste soehba (gesprek, gezelschap) en de eerste woorden van deze prediker, was Huseyin Hilmi Efendi helemaal betoverd. De ni'mah (gunst, weldaad) dat "Fanaa" (term uit het soefisme) wordt genoemd en waarvoor lange jaren lijden worden ondergaan om het te bereiken, werd als het ware in één les geschonken.
Helaas was de les na een uur gedaan. Deze één uur leek voor Huseyin Hilmi Efendi wel een zeer korte moment. Net als een ontwaking uit een droom, stak hij zijn notitieboekje die hij in zijn handen had, weg in zijn zak en mengde hij zich in de menigte aan de deur, om naar buiten te gaan. Toen hij de veters van zijn schoenen aan het vastmaken was, boog iemand voorover en zei in zijn oor: "Jongeman! Ik heb je heel graag. Ons huis is gelegen tussen de begraafplaats. Ik nodig je uit bij ons thuis. Dan kunnen we praten." Dit was de stem van niemand anders dan Sayyid Abdoelhakiem Efendi.
Diezelfde nacht zag Hilmi Efendi een droom: "Hij zag een heldere en onbewolkte blauwe hemel, dat omheind was met een balustrade net zoals bij een koepel van een moskee. Een persoon met een gezicht van noer was hier aan het wandelen. Wanneer hij zijn hoofd ophief en keek, zag hij dat het Sayyid Abdoelhakiem Efendi was." Vol spanning werd hij wakker. Een paar dagen later zag hij een soortgelijke droom: "Hij zag dat iemand aan het zitten was aan het hoofdgedeelte van de grafkist, in de graftombe van hazrat-i Gaalid Ayyoeb al Ansaarie (radi'Allahoe 'anh). Zijn gezicht schitterde net als de maan. Mensen stonden te wachten om zijn hand te kussen. Ook Hilmi Efendi ging naar hem toe. Juist wanneer hij aan de beurt was en zijn hand aan het kussen was, werd hij plots wakker."
wordt vervolgd..